Home » Gastblog

Gastblog

Op deze pagina plaats ik regelmatig blogs van gastbloggers. 

Wil jij ook graag bloggen? Dat kan! Maak gebruik van het contactformulier in het menu onder het kopje 'contact' of stuur mij een berichtje via Instagram. Wie weet zie je jouw blog binnenkort op mijn website!

Veel leesplezier! 

Blogger Esmee: Handige voedingstips 

Samen eten met je kind en tips om je kindje mee te laten eten

Een kind dat lekker met de pot mee eet en ook nog eens zijn bordje leeg, wie wil dat nou niet? Sommige kindjes zijn makkelijk en eten lekker én veel mee. Maar, sommige kindjes weigeren alles wat je ze ook voorzet óf ze eten maar heel weinig. Dat kan soms heel frustrerend zijn, maar misschien kun je er iets in veranderen met een paar simpele tips.

 

Geef het goede voorbeeld

De smaakontwikkeling van je kleintje begint al in de buik door hetgeen wat jij eet. Ook daarna wanneer je borstvoeding geeft proeft jouw kindje door jouw melk de smaken van wat jij eet. Geef dus het goede voorbeeld en eet al tijdens je zwangerschap zo divers mogelijk en blijf dat doen nadat je kindje is geboren. Gezond en gevarieerd eten daar heeft niet alleen je kindje maar ook jij veel baat bij. Smikkel samen van dezelfde banaan, of als je kindje al wat ouder is, eet allebei hetzelfde maar dan een eigen banaan of een eigen bakje met paprika. Kook zo veel mogelijk vers en varieer!

 

Goed en gevarieerd eten is niet iets dat alleen tijdens het avondeten geldt. Wat je kindje gedurende de dag aangeboden krijgt heeft invloed op zijn smaakontwikkeling. Maak het dus niet gewoon om het ontbijt te starten met zoetig broodbeleg en geef in de middag als snack alleen bij uitzondering een bekertje ranja of een koekje. Geef hem of haar als snack fruit en groente en probeer eens hartiger beleg zoals geprakte avocado óf, als zoetigheid de voorkeur blijft, probeer dan eens wat fruit zoals geprakte banaan, gesneden aardbeitjes of schuifjes appel met een beetje kaneel. Met zoet is natuurlijk niks mis, maar zoetigheid van een natuurlijk product zoals fruit of rozijnen is altijd beter dan zoetigheid dat in een fabriek gemaakt wordt en dus uit geraffineerde suikers bestaat.

 

Wil jij je kindje stimuleren meer bonen te eten, probeer dan eens tussen de middag witte bonen in tomatensaus op brood. De smaken zijn zacht en vallen vaak snel in de smaak.

 

(Vrij)blijven(d) aanbieden

Om je kindje te stimuleren om groente en fruit te eten kun je een schaal met fruit of groente neerzetten op een plek waar je kindje makkelijk bij kan. Leg aan je kleintje uit dat hij of zij daar altijd wat van mag pakken als hij wat wil eten. En, neem zelf ook wat!

 

Zet bij het avond eten extra een schaal met rauwkost op tafel. Verschillende gesneden groentes met verschillende kleurtjes, het maakt je kindje nieuwsgierig en geeft hem of haar het gevoel dat hij of zij onbeperkt kan pakken. Wil je kindje hier niet van eten dan is dat ook goed, blijf het aanbieden zonder er te veel nadruk op te leggen. Er komt een dag dat je kindje ineens die groentes wel pakt en de schaal leeg is voordat jij er een stukje van hebt gehad.

 

Lekkere dingetjes voor in de groenteschaal zijn: komkommerreepjes, tomatenpartjes, paprikareepjes, worteltjes, reepjes avocado, olijven, etc.

 

Samen

Betrek je kleintje bij het eten. Dat begint al bij het kopen van de groentes. Neem je kindje mee naar de supermarkt, groentewinkel of de markt en laat je kindje de groentes kiezen. Deze kan je dan thuis samen schoonmaken en bereiden. Ook is het heel leuk om samen een moestuintje te beginnen. Misschien eet je kleintje de tomaatjes uit de winkel niet, maar de zelfgekweekte tomaatjes wel!

 

Een kind kan je al heel vroeg bij het koken betrekken door hem of haar op een veilig plekje vlakbij het aanrecht te zetten, bijvoorbeeld in een kinderstoel. Als je kindje al wat ouder is kun je een krukje gebruiken zodat hij of zij mee kan kijken en bijvoorbeeld kan helpen met het schoonmaken van de groentes. Voor de veiligheid maak je afspraken met je peuter of kleuter over waar hij of zij wel en niet mag komen in de keuken. Dicht bij het gasfornuis is natuurlijk niet zo’n goed idee, maar naast of bij de wasbak dan weer wel.

 

Na of tijdens het koken kun je samen de tafel dekken. Zet dan ook die schaal met groentes neer waar je kindje onbeperkt uit mag eten. Daar kun je nu ook samen uit eten. Het leuke is dat je jouw kindje kan vragen om je groentes uit de schaal aan te geven, zo geef je weer het goede voorbeeld.

 

Verschillende vormen

Het meest lastige lijken de groentes te zijn. Als we het hebben over dat je kindje niet mee eet dan gaat het meestal over de groentes. Het leuke is dat je groentes in verschillende vormen kan bereiden en aanbieden. Je hoeft de groentes niet per se te verbergen maar kan ze wel anders verpakken. Er is natuurlijk al heel veel smaakverschil tussen rauw, gekookt, gestoomd, gepureerd, gebakken of uit de oven. Probeer daarmee te variëren en misschien leuk om je kindje te betrekken.

 

Ook kan een gevulde soep in de smaak vallen of juist een lekkere groentedip voor de aardappeltjes juist jouw kind aanspreken. Speel eens met warm en koud serveren, combineer bepaalde kleuren (of juist niet!), en soms is het fijn om het gerecht door elkaar te husselen of juist de producten los van elkaar te leggen. Het is even puzzelen wat jouw kind het fijnst vindt maar dat kun je samen ontdekken. Trial and error en vooral heel veel vragen en betrekken van je kindje, zo help je hem of haar bij zijn of haar smaakontwikkeling.

 

Maak het niet groter dan het is

Wil je kindje iets niet eten, of lust hij of zij ineens iets niet meer. Prima, dat is dan zo. Leg er geen focus op want dan maak je het alleen maar groter en zal hij of zij de volgende keer het weer niet eten. Houd je het neutraal dan kan je kindje altijd nog van zijn of haar tijdelijke weigering terugkomen.

 

Hetzelfde geldt voor complimentjes en vergelijkingen. Het is goed om te vertellen hoe leuk samen eten en samen bereiden van eten is, maar maak geen vergelijking wie wel en niet goed eet. Dit kan een averechts effect hebben waardoor je kindje nog minder makkelijk mee wil eten. Door een neutrale houding aan te nemen tijdens en over eten kan een kind heel vrij tot een zelfstandig mens ontwikkelen en zal je zien dat zonder druk de nieuwsgierigheid en de drang om mee te doen in de groep het wint van een ietwat koppige overtuiging over bepaalde voeding.

 

Als laatste: heb geduld en blijf vasthoudend. Blijf iedere dag die schaal met verse rauwkost op tafel zetten en neem er zelf ook van. Zo is de kans groter dat je kind went aan dat beeld en ook mee wil doen en de smaken leert ontdekken.

 

Blijft mijn kind altijd eten weigeren?

Het weigeren van groente is bijna altijd een fase waarin je kindje zijn of haar eigen en persoonlijke smaak ontwikkeld. Het weigeren van groenten hoeft voedingskundig geen punt te zijn. Zolang je kindje voldoende fruit eet op een dag, volkoren producten eet en minimaal 2 keer per week peulvruchten eet. Ook kan er nog wat verborgen groentes worden gegeten. Niet dat je deze opzettelijk moet verbergen, maar denk aan tomatensaus bij de pasta, een dikke soep of een lekker dipsausje voor brood.

 

Soms weigeren al wat oudere kindjes plotseling voedsel en met name groentes. Dat kan meerdere redenen hebben. Misschien is het een stukje ontwikkeling van de eigen smaak en identiteit. Je kindje kan in de periode er voor een groeispurt hebben gehad waardoor het veel meer nodig had en nu de groeispurt voorbij is eet het kind een stuk minder. Ook kan je kindje ziek zijn, of iets onder de leden, en hierdoor minder trek hebben in eten. Uiteindelijk regelt het kind het vaak zelf en zolang de ontlasting goed is, je kind verder gezond is en goed groeit is minder eten niet direct iets om je zorgen om te maken. Wat je kindje dan aan eten binnenkrijgt kun je zo goed mogelijk proberen te sturen en hem of haar goede gewoontes over voeding proberen mee te geven.

 

Heb je nog vragen of wil je meer weten? Kijk eens op mijn website of neem gerust eens contact met mij op.

 

Liefs,

Esmee

Blogger Brenda: Bevalling van Abel

‘De baby heeft het niet meer naar zijn zin, we gaan ingrijpen.’ Met die woorden bevestigde de gynaecoloog wat ik al tweeënhalf uur persen probeerde duidelijk te maken: ik krijg mijn kindje er echt niet uit.

 

Na drie jaar zelf proberen en meerdere ziekenhuistrajecten was ik in 2015 eindelijk zwanger. Ik deed wel zes testen, iedere dag opnieuw, omdat ik het niet kon geloven. De zwangerschap ging voorspoedig en op de avond voor mijn uitgerekende datum, voelde ik de eerste weeën. Ik dook gauw mijn bed in, in de hoop nog wat uren rust te kunnen pakken voordat de bevalling zou beginnen. Dat lukte: ik sliep tot drie uur, werd wakker van de pijn en wist dat het nu echt zou gaan gebeuren. Wat keek ik naar hem uit, mijn kleine jongetje!

Ik koos voor een ziekenhuisbevalling, omdat ik in mijn omgeving teveel nare bevallingen heb gezien met soms zelfs fatale afloop. Het ziekenhuis voelde als veilige plek, met deskundige mensen en altijd meteen hulp als dat nodig was. De verloskundige was erbij en sleepte me, samen met mijn man, door de urenlange ontsluitingsweeën heen. Ik zat de hele dag onder de douche, op mijn knieën op de grond of hangend over het bed. Ik wilde geen pijnbestrijding vanwege eventuele risico’s. Het duurde me verrekte lang en deed vreselijk veel pijn, maar ik bleef optimistisch: ik kan dit, ik kan dit aan. De verloskundige moest mijn vliezen breken, dat was eigenlijk het enige dat niet spontaan liep zoals het liep.

Laat in de avond, bijna net zo laat als het de avond ervoor langzaam begon, was het eindelijk zover: tien centimeter, tijd om te persen! Ik was opgelucht, want uit de cursus en van anderen had ik gehoord dat het persen een eitje is vergeleken bij de ontsluitingsweeën. Viel dat even tegen. De persweeën kwamen volgens het boekje, maar na een uur was er nog geen enkele vooruitgang. Ik mocht niet langer op de baarkruk bevallen: er moest een infuus met weeënversterkers komen en ik moest dus op bed bevallen. Ik vond het best, ik was al bijna de wanhoop nabij door de pijn en uitputting en steeds maar nul resultaat. Mijn blaas werd geleegd met een katheter, het infuus knalde erin en de weeën waren niet meer te houden.

Nog een uur persen later was er nog altijd geen baby. Hij lag aan de monitor, ik hoorde zijn hartslag en verbaasde me dat hij het zo lang uit hield. Ik was in alle staten, kon de pijn niet meer aan, de weeën niet meer opvangen en schopte om me heen. Ik riep om een keizersnede, ik had geen energie meer om tevergeefs door te persen. Mijn bed was een grote plas zweet geworden, ik hoorde mijn man snikken. Ik deed mijn ogen even open en zag hem voor het eerst in onze relatie huilen. Ook hij kon het niet meer aan. Maar de persweeën bleven komen, het team bleef me pushen om door te gaan. ‘Ik krijg hem er echt niet uit, echt niet!’, hoorde ik mezelf gillen.

Het geluid van zijn hartslag op de monitor zwakte af, iemand draaide de volumeknop uit. ‘De baby heeft het niet meer naar zijn zin, we gaan nu ingrijpen’, hoorde ik de gynaecoloog

zeggen. De verloskundige pakte mijn hand, de gynaecoloog vertelde dat ze een vacuümpomp ging gebruiken en een knip moest zetten. Het kon me niet meer schelen. Scheur me maar open, haal hem eruit, NU! De paniek suisde door mijn lijf. Toen de pomp was bevestigd aan dat kwetsbare schedeltje van mijn zoon, zag ik de gynaecoloog met haar volle gewicht aan dat ding hangen. De pijn was onverdraaglijk, net als dat beeld. Ik wist zeker: ze trekt hem kapot, het is voorbij. Alles is voor niks geweest, ik kon hem niet ter wereld brengen en nu trekt ze hem stuk.

De eerste treksessie mislukte. Mijn zoontje zat klem in mijn bekken voor een tijd die wel eeuwen leek te duren. De tweede poging slaagde, ik voelde hoe hij met bruut geweld uit me werd gesleept. Ik had mijn ogen dicht, ik kon niet meer, ik durfde niet meer te kijken. Ik hoorde niks. De verloskundige zei dat ik mijn ogen open moest doen; op dat moment kreeg ik mijn zoontje in mijn armen. Hij was zo donkerblauw als het shirt dat ik droeg, bewoog niet en huilde niet. Zijn ogen staarden in het niets. De verpleegkundige wreef met een doek over zijn rug om hem ‘te activeren’, maar er gebeurde niets. Hij werd van me af gehaald en de toegesnelde kinderarts legde hem aan het zuurstof. Mijn man voegde zich bij alle witte jassen om de reanimatietafel en ik sloot mijn ogen. ‘Hij huilt nog steeds niet’, fluisterde ik tegen de verloskundige. Ondertussen begon het hechten, want de knip was doorgegaan in een scheur en er was veel bloedverlies. Tijd om te verdoven was er niet. De pijn voelde ik amper nog.

Mijn man riep mijn naam: hij droeg onze zoon in een baddoek naar me toe. ‘Hij is oké’, zei hij. Mijn krioelende, dappere, levende zoon, eindelijk in mijn armen! Ik huilde, ik kokhalsde, ik beefde, ik was blij maar ook geschokt door alles wat er gebeurd was. Mijn arme ventje had tijdens het persen de navelstreng om zijn nek gekregen, tijdens het laatste stuk. Hij bleek klem te zitten met een schoudertje. Daarom perste ik zonder resultaat. Het zuurstofgebrek viel mee, hij hoefde niet gekoeld te worden. Ik mocht hem vasthouden, eindelijk. Eindelijk. Pas twaalf uur later hoorde ik hem voor het eerst huilen. Zachtjes, voorzichtig. ‘Hij was in shock’, zei de kinderarts. ‘Maar het komt goed met hem.’ En dat klopt. Over een half jaar gaat hij naar school, mijn lieve stoere gevoelige ventje. Grote broer van een tweeling, waarvan ik ook natuurlijk ben bevallen. Na heel wat pittige EMDR-traumatherapiesessies, dat dan weer wel. En met pijnbestrijding dit keer. Vond ik nu wel mogen.

Blogger Lieke: (Deel 2) Eindelijk thuis.

Eenmaal thuis overvalt ons een enorme vermoeidheid. Drie weken zorgen en angst gaat je niet in de koude kleren zitten. En er komt heel wat op ons af, want hoe zal het nu verdergaan? Wat als de Kasai niet gelukt is, redt zijn lever het dan nog wel lang genoeg? Zal hij zich normaal ontwikkelen? Kan hij straks wel naar een reguliere kinderopvang, wat als hij ziek wordt? Wat betekent dit financieel voor ons??? Onze gedachten gaan alle kanten op!

Lichtpuntje in dit hele gedoe is wel dat een lever, dankzij die stamcellen, zich kan vernieuwen, en je van een gezonde lever een stuk kunt verwijderen, en deze “gewoon” weer terug aangroeit, en tegelijkertijd dit stukje afgesneden lever in de ontvangende partij weer aangroeit tot een volwaardige lever. Oftewel, in geval van nood kan er een zogenaamde levende donatie uitgevoerd worden. Om deze reden is er voor vertrek uit het UMCG bij mijn man en mij bloed afgenomen, om te kijken of één van ons, of allebei, een bloedgroepmatch zijn voor Dex.

 Ondertussen zijn we zo’n beetje de hele dag bezig met voeden en bijvoeden via de sonde. De eerstkomende 4 weken is het afwachten of de bypass voldoende z’n werk gaat doen en de lever zich herstelt. Als dit niet het geval is, is de kans groot dat hij nog voor zijn 1verjaardag een levertransplantatie zal moeten ondergaan.

Inmiddels zijn we (ruim) 4 weken verder en weten we dat wij beiden dezelfde bloedgroep hebben als Dex (O-positief). Omdat ik zelf vorig jaar nog een buikoperatie heb ondergaan en het afgelopen jaar natuurlijk zwanger was én nog herstellende ben van de bevalling, kiezen we in eerste instantie voor mijn man te screenen voor levende donatie. Hiervoor reizen we 2 weken na thuiskomt weer “even” op en neer naar Groningen. Helaas blijkt hij geen goede match, zijn poortader blijkt extra vertakkingen in/naar (?) zijn lever te hebben, waardoor snijden een risico vormt op problemen (met bloedaanvoer) van de lever, zowel voor hem als voor Dex. En dus ben ik nu zelf medio augustus aan de beurt voor weer een screening in het UMCG. Fingers crossed, we weten immers maar al te goed dat er een héél groot tekort is aan donororganen, dus de kans dat er op tijd een geschikte donorlever beschikbaar komt is klein. Mocht ik na mijn screening toch ook geen volledige match blijken te zijn, dan wordt het lastig. Een levende donatie houdt toch een flinke buikoperatie in, en dat wil je niemand vragen, maar aan de andere kant: de kans op een donorlever van een overleden donor is zoals gezegd klein. Mijn ouders hebben hun bloedgroep er op nagekeken, en mijn vader zou evt. met zijn O-negatief kunnen doneren, ook al loopt hij al bijna tegen de leeftijdsgrens van 60 jaar. Ook mensen met darmaandoeningen zoals Crohn etc. vallen af. Oftewel, met de juiste bloedgroep ben je er nog lang niet. Maar we geven de moed niet op, alles om het leven van ons kleine, dappere mannetje te redden natuurlijk. 

Blogger Lieke: (Deel 1) Van een gezonde baby naar een ernstig zieke baby.

Zaterdag 15 Juli 2019 leek een heel gewone dag, met een gezellig familie-etentje als afsluiter van de dag. Dex bleef die avond bij opa en oma, ons eerste avondje uit zonder baby. Bij thuiskomst troffen we een bezorgde opa en oma aan, want Dex zijn ontlasting die avond was wit i.p.v. geel. En zo reden wij om 23:00u ’s avonds nog naar de HAP, waar de arts, behalve de witte ontlasting, weinig kon vinden (geen koorts, niet noemenswaardig geel of suf), en na telefonisch overleg met de kinderarts werd besloten de volgende ochtend terug te komen voor verder onderzoek. Die zondag stortte onze blauwe wolk in, onderzoeken volgden, en al snel kregen we te horen “we kunnen zijn galblaas niet vinden, we denken aan 'galgangatresie'. Omdat het plaatselijke ziekenhuis niet uitgerust is voor dergelijk, specialistisch onderzoek bij zeer jonge kinderen, wordt er gesproken Dex over te plaatsen naar Gent. Gent zit echter vol, en er wordt gebeld met Rotterdam. Rotterdam kan Dex wel plaatsen, maar gezien de voorlopige bevinden denken ook zij aan galwegatresie, en hiervoor is er maar 1 gespecialiseerd ziekenhuis in Nederland, en dat is het UMC Groningen, dus adviseren zij onze zoon meteen naar Groningen te verplaatsen.

En zo zit ik nog diezelfde zondag om 17:00u ineens met een 6 weken oude baby in de ambulance, voor een 4u durende rit (met zwaailicht i.v.m. het zeer drukke verkeer die avond) onderweg naar Groningen. Mijn man racet nog snel naar huis om wat spullen in te pakken voor ons drietjes, en volgt een uurtje later ook. Ondertussen is Dex duidelijk ziek, hij slaapt bijna constant, een teken dat het niet goed gaat met zijn lever.

 

Galgangatresie, ook wel galwegatresie genoemd, is een zeldzame, aangeboren afwijking waarbij de galwegen in de lever en/of daarbuiten niet of onvoldoende zijn aangelegd, waardoor de afvalstoffen die via de gal worden afgevoerd zich opstapelen in de lever en deze beschadigen. In Nederlands worden jaarlijks gemiddeld 10 kindjes per jaar geboren met galgangatresie. Omdat de gal niet in de darm komt komt er minder vet en minder brandstof in het lichaam, waardoor er een vitaminetekort ontstaat, de reden waarom Dex inmiddels zoveel slaapt. Als dit niet snel verholpen wordt, raakt de lever meer en meer beschadigt, wat uiteindelijk levensbedreigend is. De oorzaak van galgangatresie is niet bekend, medici denken dat de aandoening voor of vlak na de geboorte ontstaat, in ieder geval is er op echo’s tijdens de zwangerschap nooit een afwijking aan galblaas te zien geweest.

 

In Groningen aangekomen krijg Dex via fles én constante sonde speciale voeding voor kindjes met leverproblemen en daar knapt hij gelukkig redelijk snel van op. Hij is in ieder geval weer wat alerter, en gaan we met z’n drieën de nacht in op een kamertje op de kinderafdeling van het Beatrix Kinderziekenhuis Groningen in het UMCG. De daaropvolgende dagen volgen er diverse onderzoeken, die steeds niet echt uitsluitsel geven. Zo blijkt er bijvoorbeeld uit de leverbiopt dat er in zijn lever wél stamcellen zitten, iets wat normaal gezien bij galgangatresie niet voorkomt. Uiteindelijk blijft er niets anders over dan een kijkoperatie uit te voeren. Mocht er tijdens die operatie blijken dat zijn galwegen toch niet goed zijn aangelegd/verschrompeld, dan zullen de artsen meteen een omleiding maken m.b.v. een stukje van zijn dunne darm, de zogenaamde Kasai-methode. Dit kan goed uitpakken, maar optimaal wordt de situatie bijna nooit en vaak ontstaan op termijn ontstekingen van de galwegen, waardoor uiteindelijk een levertransplantatie nog de enige overlevingskans is. Voor 5 van de 10 kindjes werkt de Kasai langere tijd voldoende, hoewel ook voor hen vaak nog voor hun 15e levensjaar zo’n levertransplantatie nodig is. Voor de andere 5 kindjes per jaar werkt de Kasai slechts lang genoeg om het kindje z.s.m. zoveel mogelijk te laten groeien, om daarmee de slagingskans van een levertransplantatie te vergroten. De cruciale grens is namelijk zo’n 6 kg, kleiner en lichter dan dat neemt de kans op slagen snel af.

 

De ochtend van de operatie is heftig. Worden we met ca. 1,5u gebeld dat Dex naar de verkoeverkamer wordt gebracht, dan is er geen galwegatresie gevonden (maar wat dan wel?). Zenuwen alom, maar uiteindelijk wordt het 11 uur, en 12 uur, en moeten we ons toch echt gaan realiseren dat Dex wél galgangatresie heeft en de Kasai wordt uitgevoerd. Eenmaal uit de operatiekamer wordt Dex de eerstkomende 1 a 2 dagen op de Neonatologie IC in de gaten gehouden. Dat gaat in eerste instantie erg goed, hij mag al snel van de beademing af, maar moet uiteindelijk toch 2 (en bijna nog een 3e dag) blijven omdat er een grote rode plek op zijn buik ontstaat en ook het opnieuw opstarten van de voeding wil nog niet zo lekker lukken.

Uiteindelijk mag Dex toch aan het eind van dag 2 terug naar de kinderafdeling, waar zijn herstel langzaam maar zeker de goede kant op gaat. Hier verblijven we nog 2 weken, totdat ook het overgeven wat verbetert, want zoals gezegd, het belangrijkste voor nu is dat Dex z.s.m. aankomt en GROEIT! Al die tijd slapen wij om-en-om bij Dex, en de ander in het Ronald McDonald Huis, een geweldige uitkomst (donateurs zijn er nooit genoeg!), want 3 weken de kosten voor een hotelkamer zou al snel de pan uitrijzen, en heen-en-weer reizen is in ons geval al helemaal geen optie.

Blogger Cindy: Alles heeft een positieve zijde

Mijn twee lieve kinderen … Ja! Ik ben 29 jaar jong en heb al 2 kinderen waarvan de jongste al bijna 2 jaar is. En néé, je hoeft me daarom niet ouder te schatten! Haha…

Maar dus, mijn twee lieve kinderen hebben allebei voedsel-intoleranties en voedsel-allergieën. Vaak is rekening houden met één allergie al moeilijk, laat staan een dozijn, of eerder een ganse lijst zoals bij Annelou.

De laatste 3 jaren waren daardoor nogal heftig en het heeft ook talloze keren mijn moedergevoel op de proef gezet. Uiteindelijk mocht ik er altijd van uitgaan dat mijn moedergevoel gewoon ‘goed’ zat. Toch stel ik me telkens opnieuw de vraag waarom ik mezelf niet gewoon vertrouwde. Dat is een vraag die ik dus nog steeds niet kan beantwoorden. Misschien is het omdat ik toch altijd denk: ‘er is altijd een kans dat ik fout ben?’. HA-TE-LIJK zo’n gevoel, maar het overkomt me dus keer op keer.

Uiteindelijk heb ik naast de vele ziekenhuisbezoeken, besprekingen, maar ook discussies met kinderartsen, bloedresultaten, huidpriktesten, … ook een positieve kant ontdekt aan dit verhaal.

Ik heb namelijk zoveel andere voeding leren kennen, daarom niet gezonder hoor, maar hoe vaak zitten we niet vast in ons eigen voedingspatroon van toen we zelf klein waren? Dingen zoals quinoa, kikkererwten en rode linzen gingen wij vroeger niet eten hoor! Nee hoor, het was worst met ‘patatjes’ en appelmoes, spaghetti bolognese of een boterham met choco in de ochtend.

Ik kan je nu gaan opnoemen wat Finn en/of Annelou hiervan allemaal niet mogen eten, maar daar gaat deze blog niet over, en dus zal ik dat ook niet doen. Maar bedenk je eens hoe je ongeveer hetzelfde zou kunnen maken, maar toch anders? Dit was voor mij een uitdaging, die ik gelukkig ben aangegaan.

Wat dacht je van het volgende:

  • Worst met gebakken knolselderij en abrikozenmoes
  • Spaghetti met pompoen, prei, selder en gehakt
  • Boekweitpannenkoek met dadelstroop
  • Havermoutpap met kokosmelk en gestoofde appeltjes

Klinkt toch allemaal heerlijk!

Ik wil maar zeggen, een allergie en/of intolerantie hoeft niet altijd een beperking te zijn, het kan evengoed een verrijking zijn t.o.v. je huidig voedingspatroon. Finn en ik moeten bijvoorbeeld glutenvrij eten en wij gaan wel glutenvrije haver kopen of sandwiches (als back-up dan) en koekjes, maar voor de rest probeer ik zoveel mogelijk het vaste glutenvrije assortiment te mijden. Kijk zelf maar eens op de ingrediëntenlijst van die producten. Men wil uiteindelijk alles zodanig nabootsen van smaak, textuur, dat men er allerhande dingen aan toevoegt. Leuk natuurlijk als je al je hele leven lang gewoon brood hebt gegeten ofzo en dat plots niet meer mag, maar ik persoonlijk vind veel van die toegevoegde “brol” te ongezond om het dagelijks te eten. Dus zoek ik alternatieven, gezonde alternatieven.

Ik ben dus helemaal geen diehard om vegetarisch of vegan te eten, maar de essentie ervan houdt wel heel goed rekening met de dagelijkse vitaminen, proteïnen, vezels die we nodig hebben om een evenwichtig voedingspatroon te hebben. Bijgevolg is het dus ook veel gezonder dan het vaste glutenvrije assortiment die in de winkels te verkrijgen is.

Leuk natuurlijk als je op bezoek bent en er iets uit dit assortiment op tafel staat, maar zelf ga ik liever de uitdaging aan om nieuwe dingen te ontdekken. Iets waar ik vroeger heel bang voor was…

En jij? Vind jij je weg wat in deze wereld? Durf je je moedergevoel te volgen? Heb je al nieuwe dingen ontdekt? Laat het me zeker weten! Ook tips met nieuwe receptjes zijn meer dan welkom!

 

Liefs,

Cindy

Blogger Erik Jan: Het verkeerde raampje

Zo mijn eerste blog van de week. ‘Kleine intro’. Ik doe het werk op de huisartsenpost nu 14.5 jaar en ik kan echt boeken schrijven over wat wij de huisarts en ik meemaken onderweg. Een boek gaat het niet worden, maar af en toe blog.... Kijken of het bevalt.

Een percentage ritten die wij rijden zijn mensen die pre-terminaal of terminaal zijn, hun zorg gaat 24/7 door en heeft een wankel evenwicht. Het gaat ‘redelijk’ totdat patiënt benauwder wordt of meer pijn krijgt. Je komt dus als chauffeur vaker bij de patiënt thuis en maakt van een afstand het ziekte beeld toch van dichtbij mee en soms komt dat wel binnen bij je. Maar het is niet altijd zo heftig en er wordt vaak ook gelachen zo ook een tijdje terug met de dienst. Het leek zo rustig, een ritje gehad en om 22.45 Uur (einde dienst 23.00 uur) een spoedrit voor een benauwde oudere dame thuis in een rij aanleunwoningen. Ter plaatse kon de we niet via de voordeur naar binnen, dan maar via de achterkant een poging wagen. Boven haar slaapkamerdeur stond en raampje open en we konden haar horen, zelf kon ze niet uit bed komen. Wij het raampje verder open gemaakt om zo de slaapkamerdeur te openen. Maar helaas was het de slaapkamerdeur van de buurvrouw!! De woningen stonden zo dicht op elkaar dat de 2 slaapkamers aan elkaar grensden... Toen maar besloten de politie te bellen en het slaapkamerraam in te laten slaan van mevrouw. Ze was benauwd van een erg trage hartslag 29 per minuut en is naar het ziekenhuis gebracht waar ze dezelfde avond nog een pacemaker kreeg. Uiteindelijk waren we om 24.00 uur terug en hebben we er onderweg vreselijk moeten lachen om het verkeerde raampje.

EJ 


Even voorstellen: Blogger Esmee

Even voorstellen: Mijn naam is Esmee, ik ben 31, mama van Zoë (2,5 jaar) en zwanger van ons tweede kindje. Ik ben voedingsdeskundige en richt mij op Vrouw & Gezin. Mijn motto is ‘goed eten is goed voelen’ en daar vertel ik je graag meer over. In alle fases van het leven kan goede voeding je ondersteunen om je gezonder en fitter te voelen. Maar voeding is op de een of andere manier altijd ‘een dingetje’. Ik merk dat waar het op eten aankomt vrouwen de meeste vragen hebben, maar ook het minste vertrouwen hebben in voeding en goed eten. Ik wil dat doorbreken en laten zien dat je door je lijf te voeden, jij lekkerder in je vel komt te zitten en je fitter zal voelen. Ik heb het over onderwerpen zoals voeding rondom je zwangerschap, eten met kinderen, eten met (kinderen met) intoleranties en allergieën en veranderende eetpatronen zoals bijvoorbeeld een meer plantaardig dieet. Met mijn blogs wil ik je antwoord geven op vragen die misschien wel bij jou spelen en geef ik hiervoor praktische tips. Mocht je meer willen weten over mijn werk als voedingsdeskundige of misschien heb je andere vragen, kijk dan gerust eens op mijn website www.metesmee.nl.

Even voorstellen: Blogger Brenda

Ik ben Brenda, 39 jaar en moeder van Abel (2016) en de tweeling Koen & Suus (2018). Ik ben getrouwd met Jacco en werk als freelance journalist. Bevallen is niet mijn talent en niet mijn hobby. Vooral niet door de eerste ervaring, die bijna dodelijk afliep voor mijn zoontje.

Even voorstellen: Blogger Lieke

“Zou je een gastblog willen schrijven?”, vroeg Aartje me een tijdje terug. Nou, daar vraag je me wat. Ik vind mezelf veel dingen: vrouw, moeder, dochter, verpleegkundige, twintiger, Zeeuwse, amazone, zelf-opgelegde bootcamper, zonliefhebber, serie-bingewatcher, maar gastblogger? Ik weet het niet hoor. Waarom dan toch deze gastblog? Nou eigenlijk, omdat ik sinds kort best een bijzonder verhaal te vertellen heb, én daar meteen graag een boodschap aan wil koppelen, maar daarover later meer. Eerst maar eens mezelf voorstellen: ik ben Lieke, woon met man en 12 weken oude zoontje Dex in Zeeuws-Vlaanderen, en na mijn zwangerschapsverlof binnenkort weer terug werkzaam als verpleegkundige. Wat is daar nu zo bijzonder aan, zul je misschien denken? Mijn verhaal start 6 weken geleden, toen onze kleine man ziek werd. Levensbedreigend ziek zelfs. Ons leventje staat sinds die tijd behoorlijk op z’n kop.

Hierover lees je later meer! 

Even voorstellen: Blogger Cindy 

Ik ben Cindy Pollex (29), baas in eigen huis en vrouw van een superheld. Samen hebben we twee schatten van kinderen, Finn (3) en Annelou (1j8m). Ze zijn mijn beste kleine vrienden en een heerlijke mix van ons uiterlijk en onze karakters. In de laatste 10 jaar ben ik heel vaak tegen de lamp gelopen, maar heb ik er ook evenveel van geleerd. Ik ben afgestudeerd als logopediste, maar na 3 jaar werkervaring miste ik toch iets. Wat, dat was de grote vraag. Nu weet ik dat ik nood heb aan variatie in het werk, maar ook in menselijk contact. Ik heb geleerd dat ik nood heb aan kortstondige uitdagingen, om verantwoordelijkheden op mij te nemen en om zelfstandig beslissingen te kunnen en mogen nemen, maar ook dat fouten maken mag. Na een carrièreswitch ben ik gestart als onthaal- en kassahostess bij Decathlon. Ondertussen werk ik er al meer dan vijf jaar, en daar heb ik nog geen moment spijt van gehad. Ik heb me er kunnen ontplooien tot iemand die durft keuzes te maken maar ook durft fouten te maken, die haar sterktes en zwaktes heeft leren kennen om van daaruit verder te groeien, niet alleen op persoonlijk vlak, maar ook op professioneel vlak. En als ultieme beloning van die keuze heb ik een ware passie ontdekt, een droom die ik ga najagen! Ik wil namelijk vroedvrouw worden. Hoe kom ik daar nou bij? Wel, enerzijds heb ik 2 prachtige kinderen op de wereld mogen zetten met de steun van mijn man, maar na hun geboorte hebben we ook al heel wat mogen meemaken met hen. Zowel voor ons, onze familie en omstaanders, maar ook zeker voor hen was het niet gemakkelijk. Na heel wat zware tijden, met beide kindjes, hebben we ook de positieve zijde leren kennen. Anderzijds ben ik gefascineerd geworden door zwangerschappen, bevallingen, baby’s en hun ontwikkeling. Ik word graag door andere bloggers geïnspireerd, maar deel ook graag mijn ervaringen, mijn verhaal om anderen een punt van (h)erkenning te geven. Zo kunnen we steun vinden bij elkaar, maar bovenal kunnen we ook andere passies leren ontdekken en onszelf doen groeien, en dat is voor mij de essentie van een blog schrijven. Liefs, Cindy

Even voorstellen: Blogger Nelleke 

Ik ben Nelleke van Vliet (27) getrouwd en mama van ons prachtige meisje Madelief (nu 2,5), een lekkere bijdehante peuter. Zelf werk ik nog 2 dagen als interieurstylist bij een interieurarchitect en bak ik voor de hobby, en eigenlijk half als baan ernaast, heel veel lekkere taarten voor taarten van Nell. Ong. 1,5 dag per week ben ik daar mee bezig en als ik een bruidstaart heb zeker 3 dagen. Gelukkig is Madelief dan meestal gewoon thuis en soms past ons buurmeisje Sarena op en gaat leuke dingen met haar doen. Ik vind het erg leuk om bezig te zijn met m’n werk maar ook met Madelief. Zo gaaf om te zien hoe ze iedere dag/week weer nieuwe dingen kunnen en hoe trots ze daar op zijn. Ze leert mij stil te staan bij de kleine dingen in het leven. Waar ik zelf als volwassene een rondje loop en natuurlijk geniet van de natuur loopt zij met me mee en bukt om bloemetjes te plukken “mama deze is zo mooi” en ze zit gerust een poosje naar wat werkende mieren te kijken. Het maakt je bewust dat het leven niet draait om al het grote maar ook om het kleine. Ik hoop over dit soort dingen in mijn dagelijks leven wat te schrijven 😊 veel leesplezier! Liefs Nelleke en Madelief

Even voorstellen: Blogger Erik Jan

Mijn naam is Erik-Jan, 42 jaar en vader van Marissa van elf jaar. Ik werk 14,5 jaar als huisartsenchauffeur op een huisartsenpost in Zuid-Holland. Mijn werk als huisartsen chauffeur houdt eigenlijk in dat ik de dienstdoende huisarts assisteer bij de visites/huisbezoeken die we doen in de avond/nacht/en weekenddiensten. Hierbij word je geacht de huisarts te assisteren bij reanimaties, het assisteren bij het hechten, toedienen van zuurstof, het vernevelen van medicatie, assisteren bij het katheteriseren, infusen/medicatie klaarmaken, etc. Ook met ‘spoed’ rijden van een rit hoort tot een van de taken. Zo genoeg voorgesteld; in de komende blogs zal ik jullie meenemen in het vak als doktersassistent en chauffeur van de huisartsenpost.....